Theo van Woerkom
In the spotlight

Theo van Woerkom

‘Eigenlijk zou elk STZ ziekenhuis een decaan moeten hebben’. Deze boodschap wil Theo van Woerkom, in het verleden neuroloog en opleider en nu decaan van de HagaAcademie in het HagaZiekenhuis toch graag toegevoegd hebben aan het gesprek. Als decaan, maar ook als onderwijscoördinator en secretaris van de Centrale Opleidings Commissie (COC) coördineert hij alle zaken die met medische opleidingen en onderwijs te maken hebben. “Ik kan daardoor onconventionele verbanden leggen, alles voor de co-assistenten en arts assistenten regelen of opvangen en als vertrouwenspersoon functioneren.

 

Door het werk op de HagaAcademie, waar alles en iedereen die met onderwijs, opleiding en onderzoek te maken hebben samenkomen, heb ik ook meer zicht op wat er rond andere opleidingen en onderwijs in het ziekenhuis gebeurt. Ik kan er daarom voor zorgen dat onderwijs en opleiding een volwaardige plaats krijgen in de organisatie. Volgens mij zijn er maar weinig ziekenhuizen met deze functie. Ik vind het echt een aanrader”, zegt hij.

 

Theo van Woerkom was nog maar net gestopt als neuroloog toen hij door directievoorzitter Marjolein Tasche van het HagaZiekenhuis werd gevraagd ‘het nieuwe opleiden vorm te geven, er voor te zorgen dat het ziekenhuis door de visitatie van de STZ kwam en verder te kijken wat hij kon doen’. “Een nogal vrije opdracht dus.” Van Woerkom ging als eerste te rade bij prof. dr Fedde Scheele, opleider in het St Lucas Andreas ziekenhuis. Die vertelde hem alles over het nieuwe opleiden en hoe dit ziekenhuis de medische vervolgopleidingen vorm geeft. Van Woerkom concludeerde dat hierbij één woord cruciaal is: patiëntveiligheid. Hij vindt dat de algemene competenties van de medisch specialist onder alle medewerkers in het ziekenhuis uitgerold zouden moeten worden. “Als de co-assistent geen vragen durft te stellen omdat er geen open cultuur en geen veilig klimaat is, komt de patiëntveiligheid in het gevaar, illustreert hij zijn betoog. Maar ook de portier, de verpleegkundige en de ziekenhuisapotheker moeten daarvan doordrongen zijn en er in opgeleid worden.”

 

In zijn rol als onderwijscoördinator kreeg van Woerkom nog meer ideeën. Zo vond hij dat het beter zou zijn om het onderwijs in de co-schappen aan te laten sluiten bij de opleiding tot medisch specialist. Van meet af aan werden onderwijskundigen, die zich eigenlijk voornamelijk richtten op de vervolgopleidingen, ook ingezet voor de co-schappen. Daarnaast raakte hij er steeds meer van overtuigd dat het daadwerkelijk observeren van co-assistenten en aios erg belangrijk is. Hij legde een link met topsport: “Als we topartsen willen vormen, zoals velen propageren, waarom kijken we dan niet naar hoe met topsporters wordt gewerkt? Daar is het heel normaal dat zaken tot in perfectie verzorgd worden en alle gegevens in statistieken worden gevat en geïnterpreteerd, zodat de prestaties op het hoogst haalbare niveau komen.”

 

“Maar als je topartsen wilt hebben, hoor je wel intensiever in te zetten op zowel patiëntenzorg als opleiding en onderwijs”, vindt van Woerkom. Hoewel ik weet dat dit complex is. In de afgelopen zes jaar is veel in het nieuwe onderwijs en opleiden geïnvesteerd, maar in de patiëntenzorg is de werkwijze hetzelfde gebleven. Het spanningsveld tussen goede patiëntenzorg en onderwijs en opleiden wordt daardoor groter. Dat is onder andere op te lossen door meer medisch specialisten aan te stellen. Specialisten voor patiëntenzorg en specialisten voor onderwijs en opleiding. Alleen zo kunnen onderwijs en opleidng omgevormd worden tot een professionele evenknie van de patiëntenzorg.”  

 

De oprichting van een multidisciplinair platform voor onderwijs, opleiding, onderzoek en ontwikkeling in het HagaZiekenhuis is ook een wens van Van Woerkom. "Door zo’n platform worden de lijnen kort en overzichtelijk en krijgt het ziekenhuis het karakter van een lerende organisatie. Via een dergelijk platform kunnen ook het onderwijs en de opleiding in de Onderwijs en Opleiding Regio (OOR) makkelijker worden uitgebreid.

 

De inspanningen en pleidooien van Van Woerkom beginnen vruchten af te werpen. De COC vindt hij een zeer actieve club, de leden van de co-assistenten commissie kennen elkaar goed en werken nauw samen. Onderwijskundigen schuiven bij allerlei vergaderingen aan. Het spannende is hoeveel geld er kan worden uitgetrokken voor zijn ideeën. “Een luisterend oor en veel belangstelling heb ik in ieder geval al gekregen”, zegt hij.