“Zonder focus op veelvoorkomende aandoeningen laten we als STZ de grootste zorglast en impact liggen.”
Volgens Bart Witte, uroloog bij Isala, raakt die constatering precies aan de opgave van STZ-ziekenhuizen. “STZ-huizen zitten op de sweet spot tussen topklinische expertise en regie in de eerste en nulde lijn. Daarmee kunnen we echt het verschil maken.”

Van specialisatie naar bovenregionale rol
Tien jaar geleden begon Bart Witte als uroloog bij Isala. Wat startte als een specialisatie in de functionele urologie, groeide uit tot een bovenregionale en topklinische rol in de zorg voor patiënten met incontinentieklachten. “Het is geen aandoening waar je aan overlijdt,” zegt hij over aandrangsincontinentie. “Maar het is wel een aandoening die levens ontwricht.” Juist dat spanningsveld maakt incontinentiezorg volgens hem exemplarisch voor de vragen waar de zorg nu voor staat.
Groot probleem, weinig zichtbaarheid
Binnen de urologie richt Bart zich op plasklachten bij mannen en vrouwen, waaronder incontinentie en urologische problematiek bij mensen met neurologische aandoeningen zoals Parkinson, MS of een dwarslaesie. Klachten die vaak buiten beeld blijven, maar diep ingrijpen in het dagelijks leven.
In Nederland heeft ongeveer 12 procent van de bevolking incontinentieklachten: 1,5 tot 2 miljoen mensen. Toch zoekt slechts één op de vier medische hulp. De rest past zich aan, koopt opvangmateriaal of trekt zich terug uit sociale situaties. “Er is enorm veel verborgen leed,” zegt Bart. “Mensen durven hun huis niet meer uit, slapen slecht en raken sociaal geïsoleerd. Dat zie je niet terug in cijfers over sterfte, maar het kost veel kwaliteit van leven.”
Sacrale neuromodulatie: derdelijnszorg met effect
Voor patiënten bij wie medicatie en andere behandelingen onvoldoende helpen, is sacrale neuromodulatie een laatste behandeloptie. Via een klein stroomdraadje worden zenuwsignalen tussen blaas en hersenen beïnvloed. “Je kunt het zien als een volumeknop,” legt Bart uit. “Een zenuw kan per tijdseenheid maar een beperkt aantal signalen doorgeven. Door een concurrerend signaal toe te voegen, neemt de aandrang af.”
Witte startte deze behandeling in 2017 in Isala, op het moment dat het UMCG ermee stopte. Daarmee nam Isala niet alleen de zorg over, maar ook een bestaande patiëntengroep. Dat betekende het begin van een structurele derdelijnsfunctie met langdurige follow-up.
Van behandeling naar expertisecentrum
De verdere ontwikkeling van deze zorg leidde in 2025 tot de erkenning van Isala als topklinisch expertisecentrum voor sacraleneuromodulatie. Voor Bart is die erkenning vooral functioneel. “Het is een kwaliteitsstempel,” zegt hij. “Het helpt om deze complexe zorg duurzaam te organiseren en door te ontwikkelen.”
De keten centraal
Wat Bart bezighoudt, gaat verder dan derdelijnszorg alleen. Hij kijkt nadrukkelijk naar de plek van het STZ-ziekenhuis in de hele zorgketen. Veel patiënten komen onnodig in het ziekenhuis terecht, terwijl een groot deel van de behandeling ook in de eerste lijn mogelijk is. Tegelijkertijd blijft een aanzienlijke groep patiënten buiten beeld.
Volgens Bart ligt hier een duidelijke opdracht voor STZ-ziekenhuizen: niet simpelweg zorg doorschuiven, maar actief bijdragen aan andere vormen van organisatie. “Het overdragen van zorg zonder ondersteuning werkt niet. Dan leg je de druk volledig bij huisartsen, die daar vaak de ruimte niet voor hebben.”
Bekkenfysiotherapie als sleutel
Daarom werkt Bart samen met gynaecologen en bekkenfysiotherapeuten aan nieuwe zorgpaden, waarin de bekkenfysiotherapeut een centrale rol krijgt. Deze professionals beschikken over gespecialiseerde kennis en hebben meer tijd voor uitleg en begeleiding. De huisarts behoudt de regie, terwijl de zorg anders wordt verdeeld. Het doel is helder: patiënten eerder en beter helpen, met minder druk op het zorgsysteem.
Opschalen door anders organiseren
Opschaling betekent voor Bart Witte niet simpelweg meer patiënten behandelen, maar vooral anders organiseren. Digitale follow-up, patiëntgerapporteerde uitkomsten en behandelingen buiten de OK spelen daarin een belangrijke rol. “De bottleneck is vaak de OK,” zegt hij. “Als je zorg daar weghaalt, ontstaat ruimte.”
“Wie als STZ-ziekenhuis impact wil maken, moet durven kiezen voor veelvoorkomende aandoeningen. Juist daar ligt de grootste zorglast én de meeste maatschappelijke winst.”