Ga naar de inhoud

In the Spotlight: Spaarne Gasthuis werkt met nieuwkomers aan een nieuwe instroomroute voor verpleegkundigen

In het Spaarne Gasthuis draait sinds november een pilot waarin nieuwkomers worden begeleid richting een BIG-registratie en een vaste plek binnen het ziekenhuis.

Stefanie de Greef (l) en Jelly Beentjes (r)

Het gaat om verpleegkundigen die buiten Nederland zijn opgeleid en hier opnieuw in hun vak aan de slag willen. Het traject vraagt veel van teams, vertellen Jelly Beentjes en Stefanie de Greef, maar levert ook veel op. “Het is niet alleen een oplossing voor personeelstekorten. Het verrijkt ook je team.”

Een nieuwe instroomroute

Het project ‘Nieuwkomers in hun kracht’ richt zich op verpleegkundigen die buiten Nederland zijn opgeleid en hier opnieuw in hun vak aan de slag willen. Sommige deelnemers hebben een vluchtachtergrond, anderen kwamen bijvoorbeeld voor de liefde naar Nederland. Ze willen terug naar het beroep waarvoor ze ooit kozen.

De route naar een BIG-registratie blijkt in de praktijk vaak complex en langdurig. Daardoor komen veel nieuwkomers niet op het niveau terecht dat past bij hun ervaring en opleiding, of verlaten ze de zorg helemaal. Dit traject helpt deelnemers om stap voor stap weer op passend niveau binnen de zorg aan de slag te gaan.

Jelly Beentjes werkt als afdelingshoofd in het Spaarne Gasthuis en leidt het project samen met Stefanie de Greef, teamleider kliniek oncologie. Het ziekenhuis werkt hiervoor samen met externe partijen zoals Het Potentieel Pakken, Leerzorg en BIG support. Kandidaten doorlopen eerst een selectieprocedure en intensief taal- en cultuurtraject voordat ze starten op de werkvloer.

“De eerste maanden gaan eigenlijk nog nauwelijks over verpleegkundige handelingen,” vertelt Jelly. “We besteden vooral aandacht aan cultuur, communicatie en landen in Nederland. Hoe spreek je een arts aan? Hoe communiceren wij met patiënten? Wat verwachten collega’s van elkaar? Dat soort dingen.”

Niet vergelijken, maar begeleiden

Inmiddels werken zeven nieuwkomers binnen het ziekenhuis, verdeeld over onder meer chirurgie, oncologie en cardiologie. Hun achtergronden verschillen enorm. Sommigen hebben jarenlang ervaring als verpleegkundige, anderen stonden nog maar kort aan het begin van hun loopbaan voordat ze naar Nederland kwamen. Ook de digitale vaardigheden en kennis van de Nederlandse zorgcultuur lopen sterk uiteen.

“Je kunt ze niet met elkaar vergelijken,” zegt Stefanie. “De één pakt het heel snel op en wil meteen zelfstandig patiënten draaien. De ander heeft veel meer begeleiding nodig. Dat vraagt geduld van teams.”

Juist dat geduld vormt volgens beiden een belangrijke succesfactor. Nieuwkomers krijgen in het ziekenhuis de rol van assistent-verpleegkundige. Ze zijn geen stagiairs of leerlingen, maar ook nog geen volledig geregistreerde verpleegkundigen. “Het is echt een nieuwe vorm van instroom,” zegt Jelly. “Daar horen ook andere manieren van begeleiden bij.”

Leren van elkaar

Dat de begeleiding intensief is, ontkennen ze niet. De druk in de zorg blijft hoog en teams moeten ondertussen ook ruimte maken voor uitleg, herhaling en ondersteuning. Toch horen Jelly en Stefanie juist van afdelingen terug dat het project veel oplevert.

“Wat collega’s merken, is dat de passie voor patiëntenzorg overal hetzelfde is,” vertelt Jelly. “Dat herkennen we in elkaar, ongeacht waar iemand vandaan komt.”

Daarnaast brengen nieuwkomers ook andere perspectieven mee. Bijvoorbeeld op de rol van familie in de zorg. “In sommige landen is het heel normaal dat familie veel meer zorgtaken oppakt,” zegt Stefanie. “Dat zet je ook aan het denken over hoe wij zorg organiseren.” Patiënten reageren volgens hen vaak nieuwsgierig en positief. “Mensen vinden het interessant om iemands verhaal te horen,” zegt Jelly. “Als je iemand goed introduceert in een team, ontstaat er heel veel warmte.”

Van pilot naar vaste plek

Het project draait nu als pilot. Uiteindelijk moet deze vorm van instroom een vaste plek krijgen binnen het ziekenhuis; naast leerlingen, stagiairs en herintreders. De pilot wordt momenteel gefinancierd vanuit filantropische middelen, onder meer door de Goldschmeding Foundation en Stichting op Klompen Begonnen. Op termijn is het de bedoeling om voor dit soort trajecten regionale of publieke financiering beschikbaar te maken.

Volgens Jelly zouden meer ziekenhuizen hiermee aan de slag moeten. “Die verpleegkundige kennis ligt eigenlijk voor het oprapen,” zegt ze. “Het is niet makkelijk en het vraagt investering, maar het levert zoveel op. Extra collega’s, meer diversiteit in je teams en vooral heel veel motivatie.”

Of, zoals Jelly het zelf samenvat: “De zorg voor patiënten is een universele waarde.”